Hoe je als student je goede voornemens waarmaakt

Goede voornemens 2026

Veel studenten starten het nieuwe jaar met goede voornemens, zoals minder uitstellen, beter voorbereid zijn of vaker naar colleges gaan. Toch blijkt uit onderzoek dat veel van deze voornemens binnen enkele weken vervagen (Norcross, Ratzin & Payne, 2002). Maar het goede nieuws is dat je met een slimme aanpak wel degelijk succes kunt boeken. In dit artikel leer je hoe je studiegewoonten verbetert, uitstelgedrag voorkomt en je voornemens als student daadwerkelijk volhoudt.

Waarom studenten vaak falen in het behalen van hun goede voornemens

Een van de grootste valkuilen voor studenten is dat ze hun doelen vaag of te ambitieus formuleren. Een voornemen als “ik ga beter studeren” klinkt goed, maar het is te onduidelijk om als concrete actie te kunnen dienen. Het is belangrijk om jezelf concrete, haalbare doelen te stellen. Daarnaast speelt zelfregulatie een belangrijke rol. Dit houdt in dat je in staat bent om je gedachten, emoties en gedrag te sturen richting een bepaald doel (Zimmerman, 2000). Uitstelgedrag ontstaat vaak niet uit luiheid, maar uit de behoefte om negatieve gevoelens zoals stress of onzekerheid te vermijden (Steel, 2007). Dit zorgt ervoor dat je studietaken steeds uitstelt.

Zo kun je je goede voornemens wél waarmaken

Het geheim van succes ligt in het stellen van specifieke doelen en het aanleren van gezonde gewoontes. In plaats van het vage voornemen “ik ga mijn studiestof bijhouden”, kun je bijvoorbeeld zeggen: “Elke maandag en donderdag van 13.00 tot 15.00 uur werk ik de stof bij van die week.” Dit zorgt voor structuur en maakt het makkelijker om vol te houden.

Implementatie-intenties kunnen je ook helpen. Dit zijn specifieke plannen voor lastige situaties die bepalen hoe je in zo’n moment handelt (Gollwitzer, 1999). Bijvoorbeeld: “Als ik een college wil skippen, herinner ik mezelf aan mijn weekplanning en ga ik toch.” Dit verkleint de kans op uitstelgedrag en maakt je acties meer automatisch.

Daarnaast is het belangrijk om studiegewoontes op te bouwen. Door vaste studietijden en plekken in te richten, wordt studeren een routine, wat betekent dat het minder mentale energie kost. Consistentie wordt dan eenvoudiger (Lally, van Jaarsveld, Potts & Wardle, 2010). Ook is het bewezen dat studenten die regelmatig naar colleges en werkgroepen gaan, betere prestaties leveren (Credé, Roch & Kieszczynka, 2010). Actief deelnemen aan colleges en aantekeningen maken maakt een groot verschil in hoe goed je de stof begrijpt.

Zelfcompassie speelt eveneens een rol. Als je een keer een terugslag hebt, is het belangrijk om niet te hard voor jezelf te zijn. Studenten die zichzelf afkeuren als ze hun doelen niet halen, raken snel gedemotiveerd. Mensen die mild zijn voor zichzelf blijven gemotiveerd en leren van hun fouten (Sirois, Yang & van Eerde, 2015).

Handige tips om vol te houden

Begin klein als je je voornemens wilt realiseren. Verdeel je studietaken in korte, behapbare blokken en plan vaste studiemomenten. Leg afleidingen, zoals sociale media, bewust weg en koppel je studie aan je persoonlijke doelen, bijvoorbeeld je toekomstige carrière. Samen studeren of begeleiding zoeken kan je helpen gemotiveerd te blijven en structuur aan te brengen.

Conclusie

Goede voornemens bieden een goed startpunt voor studenten, maar ze werken alleen als ze concreet, haalbaar en ondersteund worden door dagelijkse routines. Door doelen specifiek te maken, een consistente studieplanning te volgen en mild te zijn voor jezelf, kun je uitstelgedrag vermijden, je aanwezigheid bij colleges verbeteren en je studiegewoonten versterken. Coaching kan bovendien helpen om je voornemens om te zetten in echte resultaten.

Referenties
Credé, M., Roch, S. G., & Kieszczynka, U. M. (2010). Class attendance in college: A meta-analytic review of the relationship of class attendance with grades and student characteristics. Review of Educational Research, 80(2), 272–295. https://doi.org/10.3102/0034654310362998
Gollwitzer, P. M. (1999). Implementation intentions: Strong effects of simple plans. American Psychologist, 54(7), 493–503. https://doi.org/10.1037/0003-066X.54.7.493
Lally, P., van Jaarsveld, C. H. M., Potts, H. W. W., & Wardle, J. (2010). How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998–1009. https://doi.org/10.1002/ejsp.674
Locke, E. A., & Latham, G. P. (2002). Building a practically useful theory of goal setting and task motivation. American Psychologist, 57(9), 705–717. https://doi.org/10.1037/0003-066X.57.9.705
Norcross, J. C., Ratzin, A. C., & Payne, D. (2002). Ringing in the new year: The change processes and outcomes of resolutions. Addictive Behaviors, 27(3), 353–371. https://doi.org/10.1016/S0306-4603(01)00175-6
Sirois, F. M., Yang, S., & van Eerde, W. (2015). Development and validation of the General Procrastination Scale. Journal of Behavioral Medicine, 38(3), 452–464.
Steel, P. (2007). The nature of procrastination: A meta-analytic and theoretical review. Psychological Bulletin, 133(1), 65–94. https://doi.org/10.1037/0033-2909.133.1.65
Zimmerman, B. J. (2000). Attaining self-regulation: A social cognitive perspective. In M. Boekaerts, P. R. Pintrich, & M. Zeidner (Eds.), Handbook of self-regulation (pp. 13–39). Academic Press.